Historische bronnen

Hoe weten we eigenlijk iets over Woeringen? Daarvoor moeten we kort iets vertellen over hoe men aan historisch onderzoek doet. Eerst en vooral moeten jullie goed beseffen dat de geschiedeniswetenschap (helaas) geen exacte wetenschap is. Vaak gaan we gewoon nooit te weten komen wat er precies gebeurd is en dat is natuurlijk frustrerend. Hoe komt dat? Voor historisch onderzoek zijn we afhankelijk van bronnen uit die tijd.

Wat zijn historische bronnen?

 Enkele middeleeuwse voorbeelden:
  • Archeologische opgravingen: Hoe leefde men? Hoe bouwde men? De archeologie kan ons daar veel over leren. Uit opgegraven menselijke resten kunnen we bijvoorbeeld informatie halen over doodsoorzaken, lichaamsbouw, gezondheid (denk maar aan tanden), ... Potten of potscherven (soms gevonden in afvalhopen) kunnen ons niet alleen leren wat voor soort potten men gebruikte, maar ook wat erin zat, m.a.w. wat men in die tijd at en ook met welke streken men handel dreef als er etenswaren in zaten die niet uit deze streken kwamen.
  • Oude kaarten: hoe zag de wereld er in de Middeleeuwen uit, of hoe dachten de mensen toen dat ze er uit zag?
  • Met behulp van prenten, miniaturen in boeken, graftombes, ... kunnen we ontdekken hoe de mensen toen gekleed gingen.
  • Teksten uit het verleden: Vandaag de dag worden we overspoeld met informatie, maar 750 jaar geleden, in de tijd van Woeringen, kon het merendeel van de bevolking niet schrijven. Er werden dus ook niet zoveel boeken geschreven als nu. Als je nu een tekst schrijft, kan je die zo vaak afprinten of kopiëren als je wil. In de Middeleeuwen had je één tekst en als je en tweede wou, moest je die helemaal overschrijven. Snel ging dat dus niet. Van veel boeken was er dan ook maar één exemplaar. Bovendien zijn er de voorbije 750 jaar ook nog veel verloren gegaan. Komt daar nog bij: los van het feit of er nu veel of weinig informatie is, is er natuurlijk nog de vraag of die betrouwbaar is.
Voor historisch onderzoek moeten we dus roeien met de riemen die we hebben, met al die soorten bronnen. En daaruit kunnen we enkele zekerheden halen en verder gaan historici theorieën ontwikkelen op basis van die bestaande info. En die theorieën gaan van “het is zo goed als zeker zo gebeurd” tot “heel misschien eventueel zou het kunnen dat”. Er gaan logischerwijs ook verschillend theorieën zijn, waarbij historici elkaar tegenspreken. Dan moet je voor jezelf bepalen welke theorie je volgt. Of een bepaalde theorie wordt aangenomen, gaat jarenlang mee, wordt in vele boeken overgenomen, tot dan eens iemand hem tegenspreekt.

Onze bron voor Woeringen: Jan van Heelu

De belangrijkste en meest uitgebreide tekst over de veldslag werd geschreven door een zekere Jan van Heelu. Wanneer hij geboren werd, weten we niet. We zijn zelfs niet zeker van waar hij afkomstig is: volgens de ene theorie uit Zoutleeuw, volgens een andere uit Helen bij 's Hertogenbosch. Hij was in ieder geval Brabander en dat merk je ook aan zijn verslag, want hij is partijdig. Maar er zijj nog redenen om héél voorzichtig om te springen met zijn tekst (en teksten uit het verleden in het algemeen):

  • Het begint eigenlijk al met de oorspronkelijke middeleeuwse tekst, geschreven op perkament: is die bewaard of hebben we enkel een kopie ervan? Helaas :de originele kroniek van Jan van Heelu is niet bewaard. De enige kopie die we hebben, is eentje uit 1440, dus 150 jaar na de feiten. En bij overschrijven kan je fouten maken. Soms worden er ook bewust dingen veranderd, weggelaten of toegevoegd. Aangezien we het origineel niet meer hebben, kunnen we ook niet vergelijken.
  • Wat je je ook moet afvragen, is wanneer de tekst werd geschreven. Als dat 20 of 100 jaar na de feiten is, is dat al minder betrouwbaar natuurlijk. Van deze kroniek weten we dat hij geschreven tussen juli 1290 en juli 1291, dus heel kort na de veldslag.
  • Bronnen: Vermoedelijk verbleef Jan van Heelu aan het hof van de hertog, want hij kent duidelijk veel Brabantse edelen die deelnamen aan de slag. Hij heeft zijn informatie dus van ooggetuigen. Dat is positief, maar het zijn wel allemaal ooggetuigen uit hetzelfde kamp en dan moet je je de vraag stellen of die ooggetuigen zelf wel betrouwbaar zijn. Veldslagen zijn zeer chaotisch en in het strijdgewoel en met een gesloten helm op je hoofd heb je geen idee van wat er 20 meter verder gebeurt. Zij zagen dus maar een stukje van de veldslag en wie weet blazen ze hun eigen rol en ‘heldendaden’ wat op. Mogelijk was Jan van Heelu zelf ooggetuige, maar het is niet omdat hij dat schrijft, dat het ook zo is. Vaak wordt dat net geschreven om de tekst betrouwbaarder te doen lijken. En zelfs al was hij ooggetuige: ook hij kan nooit de volledige slag gezien hebben.
  • In de Middeleeuwen schreef men vaak in opdracht van iemand. Vanzelfsprekend gaat een schrijver geen slechte dingen schrijven over zijn opdrachtgever, de man of vrouw die hem betaalt. Een historicus die de tekst onderzocht heeft, stelt dat Jan van Heelu schreef in opdracht van de heren van Wezemaal en dat die heren een duidelijke bedoeling hadden: hun in het verleden verloren gegane prestige en machtspositie herwinnen. Twintig jaar voor Woeringen was er immers een opvolgingsstrijd in het hertogdom Brabant geweest, waarbij de heren van Wezemael de verkeerde kant hadden gekozen, tegen de huidige hertog Jan. Zij hebben dus iets goed te maken. De tekst is lovend voor de hertog en het is opvallend hoeveel tekst er aan de daden van de heren van Wezemael gewijd wordt.
  • Jan van Heelu schrijft geen journalistiek verslag van de slag bij Woeringen; hij schrijft een ridderroman over de slag, een verhaal zoals dat over koning Arthur, Roeland of Alexander de Grote, gebaseerd op waargebeurde feiten.

Conclusie:

Niet alle historici zijn het eens over de mate van betrouwbaarheid van zijn verslag over de veldslag, maar Jan van Heelu is wel de belangrijkste bron, die ook veel details geeft. Hij is wel partijdig. Of alle gevechten die hij beschrijft echt zo gebeurd zijn, is maar de vraag, maar mochten ze niet zo gebeurd zijn, geven ze wel een algemeen betrouwbaar beeld van hoe het er in een middeleeuwse veldslag aan toeging. We kunnen de tekst dus zeker gebruiken, maar we moeten heel voorzichtig en kritisch met de informatie omspringen. Je moet eigenlijk  een beetje detective of politieagent spelen en alles in vraag stellen en tussen de regels lezen.

Nu we dit weten, kunnen we het (eindelijk) hebben over de veldslag zelf!